Marokko in Maart 2010door Frank (Bade)Das
Donderdag 11 maart
Zo, al drie dagen terug en nog loop ik rond met een gevoel van weken weg te zijn geweest. Het verwerken van die indrukken gaat bij mij goed door het opschrijven daarvan, dus … bij deze.
De eerste foto’s druppelen binnen en iedere keer beleef je de tocht weer opnieuw. Na weken voorpret door het zoeken van informatie op internet en het zien van de mooie foto’s en verhalen van eerdere reizigers ging het dan toch eindelijk beginnen. De tas is gepakt en beperkt tot een kilo of 8. Alleen het hoogst noodzakelijke gaat mee. Toch had er achteraf nog net iets meer ingepakt kunnen worden: ruilmiddelen. Geld is aardig maar als je in de woestijn woont heb je meer aan een zaklamp zónder batterijen, een knijpkat of een opwindbare zaklamp. Een paar euro bij de betere ramsjzaak maar naarmate het duister toeneemt wordt de handelswaarde van zo’n object automatisch hoger. Mobiele telefoons (mét lader) zijn ook schaars en goed te gebruiken als ruilmiddel.
Via het forum van mijn Paraglidingschool had ik een afspraak gemaakt met mijn voornaamgenoot Frank om mee te rijden naar Weeze. Hij arriveerde met Ype (een medevlieger) op tijd bij mij thuis en gedrieën vertrokken we naar Weeze. Aldaar was het nog wat stilletjes, een aantal mensen had zich bovenop het terras genesteld om iets te eten maar weldra arriveerde het busje van de paraglidingschool met Bastiaan, Alex, Nick en Roland. Ieder zocht zijn vliegzak uit de stapel en snel werd er ingecheckt. Als je te grote flessen douche-gel, shampoo en deo meeneemt dan ben je gelijk alles kwijt aan de vriendelijke doch onverbiddelijke dame bij de controle. Dit overkwam Frank Ydema, misschien als voorbode dat er nog meer pech zou volgen. Nou is het met de watervoorraad in Marokko al niet zo best gesteld maar zonder zeep wordt hygiëne toch een hele tour. Ryanair vloog in ieder geval voorbeeldig op tijd en aan het eind van de middag zetten we voet op de Marrokkaanse bodem. Voor de terminal worden we opgewacht door Cheikh, onze contactpersoon voor de komende week en zes glimmende fourwheeldrives.
We rijden door de drukke stad naar Hotel Ali, een begrip voor hen die er eerder waren, gelegen aan de Medina op een steenworp afstand van de Soukh. De bedden zijn bultig, het sanitair krakkemikkig maar wat maakt het uit. Slapen doe je toch niet als je aan de voorkant ligt vanwege al het lawaai. Het eten was lekker, spaghetti met kerriekip en couscous op hetzelfde bord. En natuurlijk een lekkere frisse salade. Na het eten even aftikken bij Roland (€200) voor de auto en de eerste brandstof. Toch maar weer even pinnen bij de vlakbij gelegen bank(en). Daarna liepen wij met een groepje over de Soukh maar anderen waren een pilsje gaan pakken in het even verder gelegen Hotel Internationaal. Tja, priorities moet je je zelf wel stellen en die zijn voor iedereen anders maar dorst krijg je wel van dat geslenter. Wat een wirwar aan winkeltjes en al die hoogopgetaste waren, letterlijk alles is er te koop maar het meeste is wel erg op toeristen gericht. Je doet natuurlijk je eerste véél te dure souvenir aankoop maar áls je iets wilt kopen moet je het ook gelijk doen want we komen tijdens de reis niet terug op dezelfde plaats. Gewoon weglopen als de prijs je niet bevalt is een taktiek, de verkoper komt je wel achterna en mogelijk wordt je het dan nog wel eens over de prijs zoals Gerben merkte. Maar let op want verderop, vlak voor de de woestijn, is hetzelfde artikel een stuk goedkoper, zo merkten we tijdens de reis.
Vrijdag 12 maart
De volgende dag vroeg weer op en aan het ontbijt, lekker brood en veel zoetigheid. De auto’s stonden ondertussen voor het hotel opgesteld zodat we onze handbagage in konden laden en vertrekken richting Agadir en daarna door naar Aglou. Op de kaart een kippeneindje maar je bent toch wel een vijf uur verder voor je daar bent. Ik zat bij Cheikh in de auto en die vertelde veel over de omgeving en het land, in het engels en het frans. Heel gemakkelijk dat het land Frans als tweede taal leert op school. Onderweg mooie vergezichten op de toppen van de Atlas. Verspreid over het landschap staan vele Argan-bomen waarvan de vruchten een kostbaar eetbare olie oplevert. Soms zie je een hele kudde geiten in zo’n boom staan die zich tegoed doen aan het groen.
Aangekomen op Aglou Beach gaan we eerst even lunchen, Roland en Cheikh verdwijnen tijdens de lunch om te zien of de wind uit de goede hoek komt om te soaren. Hun eten smaakte Habbo en mij goed, zonde om koud te laten worden nietwaar? De windrichting is goed maar je moet wel van goeden huize komen om hier goed weg te komen. Alex test de slijtvastheid van zijn broek en Frank Y test de hardheid van het versteende zand met zijn hand, het kost hem een gipspoot. Mij waait het te hard voor een eerste soar-ervaring. Na een paar uur vertrekken we weer in de richting van Nid D’Aigle waar we de nacht door zullen brengen. Als we arriveren is het nog licht en we kijken nog even in het rond maar het wordt al snel duister dus we hebben snel een kamer opgezocht waar we in de schijn van de kaarsjes kunnen uitpakken en toiletteren. Het bad bestond uit hele kleine tegelstukjes die met veel geduld in het betonnen bad geplakt waren, ook de waskom was handgevormd en van geschilderd beton. Nu nog voldoende water en het is helemaal compleet. Wel rustiek hoor die kaarsjes, het overheerlijke Lasagne-diner met bier vond ook al geheel met kaarslicht plaats. Na het eten bevinden zich een aantal lokalo’s, die in het restaurant werken, op het terras waar ze hun eigen muziek spelen op een drum en een gitaar. Het geheel werkt erg aanstekelijk en binnen de kortste keren gaat ook ons hele gezelschap los in zang en drum. Het was nog lang onrustig die nacht.
Zaterdag 13 maart
We staan op deze derde vakantiedag redelijk vroeg op en kunnen gelijk na het ontbijt uitpakken en de startplek op. Het wordt de eerste keer soaren voor mij met een startplek op 325 meter. De landing vindt onderaan het rif plaats. Er zou voldoende thermiek moeten zijn maar ik slaag er niet in dat te vinden. Ype blijft zelfs twee uur boven, de mazzelpik. Voor mijzelf blijft het nu beperkt tot een tweetal vluchten met een beperkte soar-ervaring. Alsof het landingsterrein nog niet hobbelig genoeg is en bezaaid met stenen menen sommigen ook nog te moeten landen tussen de cactussen. Het weer is in ieder geval heerlijk en een verademing na de Hollandse winter die voor mijn gevoel maandenlang duurde. Maar aan de pret komt ook weer een eind en aan het eind van de middag vertrekken we helaas weer (ons onderkomen beviel me wel namelijk) naar een plaats ietsjes verderop: L’Egzira. Hier boeken we in Hotel Abdoul, een plek die kinderen het einde zouden vinden met alle trapjes en hoekjes die steeds weer nieuwe uitzichten opleveren. Ik was de weg (of de trap) af en toe behoorlijk kwijt. Het eten ’s avonds was weer heerlijk, de tafels gescheiden in vis en vlees die weer in de bekende tajines werden opgediend. De salades en het brood waren ook weer overheerlijk. Ik klets wel veel over het eten geloof ik maar het eten is mij erg goed bevallen in Marokko en dat maakt de reis toch wel een stuk aangenamer. Na het eten begon de ober met kaartttrucs waarop wij natuurlijk niet achter konden blijven en onze trucjes toonden aan hen. Michel moet je dus geen briefje van 100 geven want dan ben je het zo kwijt.
Zondag 14 maaart
De volgende dag beginnen we al vroeg. Alle auto’s naar boven de heuvel op en uitpakken maar. Deze dag maken we een hoop vluchten, het is niet zo’n grote afstand van de heuvel naar het strand. En dan weer snel terug naar boven, slechts onderbroken door een heerlijke lunch. Ik maak 5 vluchten, dat hadden er meer kunnen zijn als ik niet een keer op de vloedlijn belandde en daarna mijn voeten en mijn scherm moest drogen. Het levert me wel gelijk een bijnaam op: BadeDas. We vliegen tot het avond wordt en mijn scherm lijkt aardig droog te worden zodat ik nog twee van de vijf vluchten van die dag kan maken. Ik was het voorval liever vergeten maar Maurits was zo vriendelijk om het op de foto te zetten dus ik kan mijn herinnering levend houden. Na weer een voortreffelijke maaltijd zoeken we ons kamertje weer op, maar waar is de sleutel? Ik heb hem gehad maar kan hem niet vinden, dus maar een andere sleutel geleend bij de hotelbaas. Naar later op de laatste dag op het vliegveld bleek ik de sleutel toch te hebben toen de piep afging bij het poortje. Iemand nog een licht geroeste sleutel hebben? Ik breng hem anders volgend jaar wel terug.
Maandag 15 maart
’S Morgens vertrekken we na het ontbijt uit L’Egzira en rijden via de benzinepomp en de pinautomaat naar de bergen. We rijden weer langs de kust omhoog richting Agadir en vervolgens richting Taroudant. Onderweg Marokkaanse les: Oued is rivier en Douar is dorp of stad. Na enkele uren rijden langs de Anti-Atlas belanden we op een bergpas bij Tizi n’ Test op 2100 meter hoogte. Het waait lekker en sommige enthousiastelingen zweven al gauw op eenzame hoogte. Na een poosje wordt Alex naar het landingsveld gestuurd dat net in de verte zichtbaar is vanaf de startplaats. Met wat starthulp van Roland maak ik ook een vlucht na eerst het laatste strandzand uit mijn scherm te hebben geschud. Het eten ’s avonds is weer heerlijk. Een authentieke Bedoeïne heeft mooie koopwaar en ik vind wat mooi zilverwerk als souvenir. Kost een paar honderd Dirham maar dan heb je ook wat. En je kan er weer mooi mee thuiskomen. Alex koopt per kilo geloof ik, het zilver wordt in ieder geval netjes afgewogen waarna de euro’s van hand verwisselen. De sterrenhemel buiten is ongelofelijk, dat hebben we bij ons door de lichtvervuiling niet meer helaas. We slapen met een hele groep op banken langs de muur. De grote hoogte en het ontbreken van een deken maken dat ik het vreselijk koud heb. Gelukkig is het snel weer morgen.
Dinsdag 16 maart
Na het lekkere ontbijt lijkt een laatste vlucht er niet in te zitten. We gaan dus maar met de auto’s de lange weg naar beneden maar niet nadat we hartelijk afscheid hebben genomen van de mensen die de kortere 6-daagse reis geboekt hebben. Die hebben nog een korte reis naar Marrakech te gaan.
Nadat we het gebergte weer verlaten hebben komen we op het vlakke land uit en gaan we naar de Sahara. Hier heb ik erg naar uitgekeken. Ik zit lekker voorin en kan goed om me heen kijken. We maken nog een tussenstop voor een lunch in een klein plaatsje. Terwijl Roland de lunch regelt (broodje tonijn uit blik) scoor ik nog een tweede Toeareg-hoofddoek voor een derde van de prijs die ik in Marrakech betaalde. Het loont dus de moeite om even te wachten met het aankopen van souvenirs. Na de lunch komen we via een van de vele politie controleposten eindelijk in het buitengebied. Het land is vlak en bezaaid met stenen, het lijkt wel een maanlandschap. Ik vraag nog even in het Frans aan Cheikh hoeveel stenen hij eigenlijk geteld heeft, hij kijkt me verbijsterd aan en begint na een minuutje te schateren als hij de grap doorheeft. Tussen de vlakke stukken zie je lange steil oprijzende rotsformaties met platte toppen, een schitterend gezicht. De vegetatie wordt steeds schaarser en aan het eind van de rit zien we eindelijk de zandduinen maar niet nadat er heel wat af geraced is door de vlakke zandvlakte. Achter elke auto een enorme stofwolk natuurlijk en het lukt ons bijna twee keer om in die hele grote vlakte een aanrijding te krijgen met de andere auto’s die over de verschillende sporen rijden die elkaar her en der kruisen. We arriveren bij het kamp en worden onthaald op thee en koekjes. Na het uitzoeken van een slaapplekje in een tent gaan we met de auto’s de sahara in. Na een klim waarbij je drie stapen voorwaarts doet en er twee terugglijdt bereiken we met onze pakzakken de top van het hoogste duin in de omgeving. Er is nauwelijks wind en aan de westzijde is nauwelijks te vliegen. Na een poosje gaat het iets harder waaien maar wel aan de kant van de auto’s, dat scheelt een heel stuk ploeteren door het mulle zand. Als een van de laatsten vlieg ik met Habbo van het zandduin in de richting van de auto’s. Dit is wel een heel aparte ervaring, het soaren in Dune du Pyla wordt steeds aanlokkelijker.
Bij het tentenkamp is het houtvuur al opgestookt en 4 bedoeïnen zitten er al te spelen. Aparte woestijnmuziek die bekend geworden is door bijvoorbeeld de groep Tinariwen. Vuurtje, biertje, zitten op een tapijtje, Habbo op de gitaar, het werd weer heel gezellig. Ook hier is de sterrenlucht weer prachtig door het ontbreken van de verlichting en zelfs het schijnsel van de maan.
Woensdag 17 maart
’S Morgens wordt ik wakker en zie door de kier van de tent in de verte een dromedaris op het duin staan, da’s nog eens wakker worden. De zonsopgang verloopt razendsnel, zo zie je niets en zo staat het zonnetje aan de hemel, verbazend om dat zo te observeren terwijl de kleuren van het zand en de duinen steeds veranderen, schitterend om te zien. Veel te snel vertrekken we weer richting Taroudant en vervolgens naar Aguergour.
De tocht naar Agouergour loopt door de bergen van de Atlas en na enkele uren bereiken we via Marrakech gelukkig het eind van de reis. Ype is nog een beetje draaierig van al die haarspeldbochten en de vieze dieselstank van de oude vrachtwagens voor ons die de berg opzeulen. In Agouergour waait het behoorlijk maar ik kan ’s middags twee vluchten maken van 1350 meter tot 750 meter naar de landingsplaats waar Alex de zaken in de gaten houdt en zaken doet met de lokale jongetjes die je scherm op willen vouwen voor een dirham of 5. ’s Avonds wordt er weer heerlijk gegeten en ik krijg de gelegenheid om na elf uur nog even van de hamam gebruik te maken. Het is wel even heerlijk om jezelf met gloeiend water af te spoelen.
Donderdag 18 maart
De volgende ochtend kan ik nog een vlucht maken maar een 2e lukt niet meer als er berichten komen dat Bastiënne wat rare winden heeft ondervonden tijdens de landing. Derhalve besluiten we om onze uitgelegde schermen weer in te pakken. Dat was eigenlijk een wat abrupt einde van deze vliegvakantie want daarna vertrekken we naar Marrakech, het vliegveld en vervolgens sta je om 11.00 uur ’s avonds weer in Weeze. Na een kleine tussenstop in Arnhem om Michel af te zetten vervolgen we onze weg weer richting Almere waar ik afscheid neem van Ype en Frank die doorrijden naar Friesland. Rond een uur of 3 ben ik thuis en ik krijg de gelegenheid om mijn gezin alles in geuren en kleuren te vertellen. De geur sprak ze niet aan die kwam namelijk van mijn voeten en schoenen en die roken na het zeebad en de dagenlange opsluiting niet zo fris meer.
Alle mensen, hartelijk bedankt voor jullie aanwezigheid en bevlogenheid, ik heb een heerlijke week gehad, veel geleerd, nog steeds niet genoeg gevlogen en zeker verliefd geworden op Marokko in de lente. Volgend jaar weer? |
|